vrijdag 9 december 2016

Werkwoordspelling tt

Beste ouders,

We hebben hulp nodig bij het inoefenen van de werkwoordspelling tegenwoordige tijd. We hebben zoveel uitgelegd en nog steeds gaat het bij de helft van de klas mis, help! De kinderen hebben moeite om erachter te komen of het werkwoord in de ik-vorm of hij-vorm staat en dan de daarbij behorende regels toe te passen. Voorbeelden om door te nemen:

De koning dans... op tafel.
In het bos vin..... de vos een hol.
Vermij.... je broertje jou?
Je wor.....toch zeker niet boos?

We leren de kinderen aan het werkwoord 'lopen' of 'maken' in te vullen om erachter te komen of het de ik-vorm of hij-vorm is. Dit kan overigens alleen bij de tegenwoordige tijd. Dan wordt de zin bijvoorbeeld:

Je 'loopt' toch zeker niet boos? Bij 'loopt' zie je aan de t dat het een hij-vorm hier moet zijn. Dus schrijf je stam(ik-vorm)+t.
De zin moet dan zijn:
Je wordt toch zeker niet boos?

Het internet staat vol oefeningen. Kijk bijvoorbeeld op:
http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling/pv-tegenwoordige-tijd-door-elkaar/pv-tt-door-elkaar-1

Bedankt!